‘Volkskrantje meneer?’. ‘ Heeft u wat over voor kansarme kindjes?’ De Utrechtse binnenstad staat vol met wervers. Herkenbaar aan hun merkjas en blocnote in hun hand.
De Volkskrant is geen fijne krant, de NRC heb ik al. Van het WNF ben ik ook al lid, gelukkig. Maar soms blijf ik toch even beleefd staan om naar het verhaal te luisteren. ‘Al dat geld gaat naar kinderdorpen, blablabla…’ De ogen van de werver glunderen omdat je de moeite neemt stil te staan. Hij of zij vertelt enthousiast over wat de organisatie in kwestie allemaal doet. Pen en papier zijn er al bijgepakt, klaar om gegevens te noteren. Donorhonger.
Maar na een minuutje sla ik af. ‘ Sorry, ik geef al voor een goed doel’. Bedankt voor de moeite. Dacht de student een lid te hebben geworven, verkoop ik op het laatste moment ‘nee’. ‘ Het kost U maar een paar euro per maand’ roept hij teleurgesteld na. Met een licht schuldgevoel loop ik weg.
Het Utrechtse Stadhuisplein zou je kunnen omdopen tot het Goede Doelenplein. Ze staan er altijd. Elke keer probeer ik ze te vermijden. Of je verzint weer een excuus om nee te zeggen, of loopt iets meer rechts of linksom, in plaats van rechtdoor . En als je denkt deze horde voorbij te zijn komt het volgende obstakel op je pad.
De krantenabonnementverkopers. Altijd verzameld op een strategische plek in de winkelstraat de Steenweg. Aan de werver in een rode merkjas zeg ik altijd ‘ Heb ik al’. Dan roept hij een ‘heel goed’ terug. Het plus abonnement van dezelfde krant is een lastigere. ‘ Ik koop liever steeds een andere krant op zaterdag’, zeg ik dan, hoe aantrekkeijk het aanbod ook is.
De wervers in een blauw-grijze merkjas negeer ik. Mijn ogen proberen altijd een andere kijkrichting te kiezen. Met wisselend succes. Soms is het zo druk dat een alternatieve route onmogelijk is. Dan moet je door het stof en ‘nee, sorry’ verkopen.Ik ga de discussie niet aan.
Enkele meters verder weer studenten met een blocnote. ‘Zin in een smaaktest?’, vraagt de vriendelijke jonge dame. ‘Ja graag’ , antwoord ik. Ik weet de weg naar de testruimte uit m’n hoofd. ‘ Erg lekker? Lekker? gaat wel?. Ik geef altijd een voldoende. Al is het maar omdat ik na deze lange lijdensweg een gratis hapje wel kan waarderen.
Deel dit:
Twitter Facebook Google+ E-mail