Portfolio en Blog van Henk Oldenziel

Crossmedia en 2.0 journalist met expertise in Nederlandse, Engelse, Franse en Italiaanse producties.

Afstudeervisie

Stelling: ‘Redacties dienen sociale media als volwaardige bron te zien’

Tot voor kort maakte men in de journalistiek gebruik van persberichten, persbureaus en tips om aan nieuws te komen. Deze bronnen gelden over het algemeen als betrouwbaar. Met de digitalisering van onze maatschappij is daar een bron bijgekomen: internet. Sinds enkele jaren zijn sociale media zoals Twitter en Facebook niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Hoe gaat een journalist hiermee om?

YouTube Preview Image

Inleiding en definities

Het genootschap Onze Taal koos ‘Twitteren’ tot het woord van het jaar 2009, en de Van Dale deed hetzelfde met ontvrienden. Het verkiezen van deze woorden zegt voldoende over het belang die deze sites hebben in de maatschappij.

Definitie sociale media volgens www.socialemedia.nl: sociale media is een verzamelnaam voor alle internettoepassingen waarmee het mogelijk is om informatie met elkaar te delen op een gebruiksvriendelijke en vaak leuke wijze. Het betreft niet alleen informatie in de vorm van tekst (nieuws, artikelen). Ook geluid (podcasts, muziek) en beeld (fotografie, video) worden gedeeld via social media websites’. Voorbeelden zijn Facebook, Hyves (foto’s, berichtjes), Youtube, Vimeo (video), Flickr (foto’s) en Twitter (korte berichtjes).

Onder volwaardige bron versta ik dat deze nieuwe bronnen net zo serieus dienen te worden genomen als traditionele bronnen zoals persberichten en persbureaus. Nieuws staat naar mijn mening tegenwoordig niet alleen op de ANP-feed, maar ook op diverse Twitter-accounts van redacties van dit persbureau.

Leden van sociale media zetten informatie over zichzelf op hun profielen, en laten aan elkaar weten wat ze doen. Ze publiceren, er wordt informatie op verspreid. Hoeveel mensen hierop zitten, is moeilijk te controleren: er zijn geen officiële cijfers. Hyves telt 6 miljoen leden, maar hoe actief die zijn (hoe vaak verversen ze hun pagina, hoe actueel zijn deze gegevens) is niet bekend. Dit geldt ook voor Facebook: hoeveel Nederlanders zijn hierop actief? Tijdens mijn stage bij Trajectumtv zocht ik veelal mensen op op Hyves om ze te benaderen voor een interview, en dat lukte meestal altijd.

Uitwerking

Ik wil mij in deze visie vooral richten op Twitter en Facebook, omdat deze netwerken groeiende zijn, en compleet: wat op Youtube (video’s) en bijvoorbeeld Flickr (foto’s) kan, is eveneens mogelijk op Facebook en Hyves. Laatstgenoemde loopt mijn inziens achter de feiten aan: het neemt steeds meer toepassingen (reageren op berichtjes, spelletjesapplicaties) over van Facebook. Daarom speelt dit netwerk een kleinere rol in mijn argumentatie.

Twitter is sms’en en mailen in één: je stuurt korte berichtjes naar elkaar, maar het delen van foto’s en video’s speelt geen directe rol. Dit kan alleen door er een link te plaatsen naar een andere website. Het netwerk bewijst zijn kracht als je het crossmediaal inzet: als ik op Twitter een update vermeld van mijn blog krijg ik meteen een groot aantal bezoekers (in de internetwereld heet dit traffic genereren).

Deze platforms, zoals ze in het nieuwe mediajargon worden genoemd, zijn allemaal potentiële bronnen voor een journalist: je kunt er mensen vinden en bereiken, profielen bekijken en zo een eerste oordeel vellen over deze personen (door bijvoorbeeld te kijken van welke communities/groepen ze lid zijn bijvoorbeeld fan van Ajax, of lid van de groep school voor journalistiek). Je weet dan zeker dat je de goede persoon hebt als bijvoorbeeld twee mensen dezelfde naam hebben.

  1. Het gebruik van sociale media

Om tot mijn stelling in deze visie te komen onderzocht ik de stand van zaken van het gebruik van sociale media in journalistiek Nederland. Ik kwam erachter dat veel mensen sceptisch zijn; anderen zijn enthousiast. Dit is ook af te leiden uit de gegevens hieronder: media gebruiken veelal Twitter, iets minder Facebook om aan informatie te komen (en informatie te verspreiden).

Uit een onderzoek dat ik verrichtte blijkt dat alleen RTL Nieuws en NRC Next gebruik maken van een account op Hyves en Twitter om informatie te verstrekken aan en te communiceren met de nieuwsconsument. Andere media zien er (nog) geen brood in. Bijna elke redactie in Nederland heeft wel een Twitter-account, een feed waarmee deze redacties een berichtje plaatsen zodra zij nieuws hebben.

Onderzoeker op het gebied van Nieuwe Media aan de Hogeschool Utrecht, Piet Bakker, plaatst kanttekeningen bij het gebruik van sociale media: ‘Deze platforms zijn niet altijd betrouwbaar, de informatie die er op staat is niet altijd te checken en gebruikers zijn vaak anoniem‘, zegt hij. Volgens hem krijg je een eerste indruk van een persoon, maar kun je deze informatie niet helemaal voor waar aannemen.

Sociale media zijn vooral middelen om tot je bron te komen. Bart Brouwers, tot voor kort hoofdredacteur van het gratis dagblad Spits en fanatiek Twitteraar: ‘Het is heel gemakkelijk om even een telefoonnummer op te vragen via het netwerk dat je op Twitter hebt opgebouwd’. Twitter is verplicht op de redactie van Spits. Profielpagina’s worden veelal gebruikt door redacteuren om tot een bron te komen. Zo ook door redactrice Anneke Polak: ‘Op Hyves en Facebook hebben mensen vaak telefoonnummers staan. Of ik stuur ze via dit netwerk een berichtje zodat ze weten dat ik ze zoek‘. Je kunt op Facebook makkelijk een overzichtje krijgen van de telefoonnummers uit je vriendennetwerk.

De redactie van het gratis dagblad Spits is een voorloper op het gebied van het gebruik van Nieuwe media. Maar niet elke redactie is zover. In een tijd van bezuinigingen en reductie van werkuren is er vaak geen tijd om nieuwe media door te spitten of sterker nog, er kennis mee te maken. Oudere journalisten hechten mogelijkerwijs veel waarde aan oude, traditionele bronnen, of geven de voorkeur aan een ouderwets netwerk (telefoonboekje of op digitaal gebied LinkedIn). In sommige gevallen kan de informatie ook op een andere manier verkregen worden. Bellen werkt altijd nog beter dan Twitteren om contact te houden.

Sociale media zijn een extra informatiekanaal: Rita Verdonk bijvoorbeeld laat niet alleen via haar Hyves-profiel (zij is hier lid om jongeren te bereiken) en Twitter, maar ook via persberichten weten wanneer ze op campagne gaat. Je zou denken dat de journalist via de tweede genoemde bron aan deze informatie komt: maar de kracht van een netwerk is dat als het ene (bron)kanaal niet werkt, een ander kanaal (sociale media) een alternatief biedt.

Een ander voorbeeld zijn banken. Zij Twitteren om in contact te blijven met hun klant, om met de tijd mee te gaan. ‘Het is een soort van hoor- en wederhoor’, meldt dagblad Trouw op zaterdag 2 januari. ‘Sinds november heeft ING deze speciale afdeling in het leven geroepen die actief het web afspeurt naar nieuws en consumentenvragen over de bank. Op de afdeling werken twee mensen afkomstig van de klantenservice van ING’. Journalisten zouden ook zo aan de slag moeten gaan en zo moeten communiceren met hun doelgroep.

2. (On)betrouwbaarheid

Bij elke uitvinding is het zo: alles wat nieuw is wordt in eerste instantie met wantrouwen bekeken. Men weet niet wat het is en hoe het werkt. Is het betrouwbaar? Hoe kun je de stroom aan informatie controleren en selecteren? Een journalist dient zich sowieso sceptisch op te stellen en vraagtekens te zetten bij zijn bronnen, welke dat ook zijn. Hij moet daarnaast de tijd nemen om zijn bronnen te checken en niet de eerste de beste bron voor waar aannemen.

Bezwaar 1: moeilijk te checken informatie

In een tijd van commercie en werkdruk kan dit een moeilijke opgave zijn. Redacties smachten naar nieuws voor op hun internetsites en hebben de neiging het eerste het beste nieuwtje klakkeloos over te nemen. Op zaterdag 12 december citeerde de website van De Telegraaf cabaretier Theo Maassen vanuit Twitter: ‘Waarom mag die valse, egocentrische en on-Nederlands achterlijke nog altijd zijn lauwe zaad via de tv vermorsen?‘. Een aantrekkelijke quote voor de Telegraaf, maar de redacteur in kwestie zal ongetwijfeld later verbaasd gekeken hebben naar het Twitter-account waar hij de informatie vandaan had gehaald. ‘Ik ben geen Theo Maassen’, stond er. Gefopt dus.

Op Twitter wemelt het van deze ‘foute’ accounts die de naam dragen van persoonlijkheden die dit uiteindelijk niet blijken te zijn. De Telegraafredacteur plaatste wel een kanttekening door te benadrukken dat het ‘iemand die zich voordeed als Theo Maassen’ was, maar lezers nemen het voor waar aan. ‘Op internet is het heel makkelijk om je te vermommen’, waarschuwt RTL-nieuws adjunct-hoofdredacteur Marnix Schreuder. ‘Het is op deze manier lastig om de feiten te checken‘.

Dit betekent niet dat je Twitter moet verwaarlozen: door andere media in de gaten te houden (dit zijn meestal betrouwbare profielen) kun je je als redactie onderscheiden, omdat je er makkelijk kunt achterhalen wat de concurrent doet. Daarnaast is het steeds gebruikelijker geworden om andere media te citeren, mits de informatie gecheckt is. Informatie op Twitter – en in mindere mate op Facebook – is aanleiding om achter een nieuwtje aan te gaan. Zelfs het ANP – die als traditionele bron wordt gezien – beschikt over diverse Twitter-accounts. (redactie binnenland, redactie politiek enz…).

Bezwaar 2: te persoonlijk

Sociale media zijn vaak te persoonlijk. Veel informatie die er te vinden is heeft geen journalistieke waarde. Iedereen gaat wel eens naar een feestje, of naar de wc, zoals dat in sommige gevallen op Twitter te lezen is. Het onderscheid is moeilijk te maken. Spits-redactrice Anneke Polak. ‘Contacten houd je warm via telefoon. Ik heb een privé- en een professioneel Twitter-account‘. Tegenwoordig is het mogelijk op dit netwerk contactenlijstjes te splitsen, door diverse categorieën aan te maken via ‘lists’. Zo kun je verschil maken maken tussen bijvoorbeeld professioneel en privé.

Voordeel: rampen

Twitter bewijst vooral zijn waarde bij rampen en andere onvoorziene gebeurtenissen: toen in februari 2009 een vliegtuig van Turkish Airlines neerstortte nabij Schiphol twitterden ooggetuigen vanaf hun mobiele telefoon meteen het voorval. De informatie werd geretweeted (=doorgegeven) en kwam sneller dan ooit bij de redacties terecht. Deze kunnen met ‘breaking news’ komen en zo de aandacht van de kijker vasthouden. Adjunct-hoofdredacteur van RTL Marnix Schreuder:’Als verschillende berichtjes hetzelfde voorval melden is dat een aanleiding om erachteraan te gaan. Maar je weet bijna nooit of de informatie 100% juist is‘.

Recentelijk werd de paus aangevallen door een dame uit het publiek: ook dit nieuws kwam als eerste via Twitter tot het grote publiek. Er werd op dit netwerk een linkje geplaatst naar een bijbehorende video van het voorval, die een omstander had gemaakt. Deze werd veelvuldig gebruikt door de internationale media. Hier bewijst Twitter zijn nieuwsdienst en zijn crossmediale waarde, omdat de link naar het betreffende filmpje er veelvuldig werd vermeld.

Redactiebeleid: extra instrument

Voor Marnix Schreuder zijn Twitter en Facebook vooral een extra instrument. ‘Als de ANWB op Twitter meldt dat het glad wordt op de weg is dat een aanleiding om daar achteraan te gaan. Je moet het inpassen: De ANP-feed is niet meer de enige manier om informatie binnen te halen. Twitter heeft dezelfde rol

De redactie van RTL Nieuws liep tot voor kort niet zo warm voor een beleidsnota over sociale media. In een artikel in de nieuwe reporter, afgelopen zomer, vermeldde RTL-redacteur Martin Norel: ‘Het lijkt me sterk dat het gebruik van sociale media op korte termijn wordt opgenomen in het redactiebeleid. Het is ondoenlijk om al die bronnen te checken

Tijden veranderen, en de RTL-redactie is om. Inmiddels zijn de meeste redacteuren te volgen op Twitter en is er een actieve Hyves-community waar een poll – ‘Hier kun je op inspelen’, aldus Schreuder’ – en informatie verpreid worden. ‘In het beleid gaat het er vooral om dat je duidelijk laat weten namens wie je spreekt: op persoonlijke titel of uit de naam van de redactie’, aldus Schreuder.

De NOS beschikt al een tijdje over een beleidsnota betreffende het gebruik van sociale media. Hierin pleiten journalist Nieuwe Media Roeland Stekelenburg en multimedia journalist Tim Overdiek dat nieuwe bronnen net zoveel waardering moeten krijgen als traditionele bronnen, zonder dat de een de ander gaat vervangen. Nieuwe media krijgen zo een toegevoegde waarde.

Interactie met de doelgroep

Volgens Tim Overdiek is de kracht van sociale media de interactie die er plaats vindt. ‘Je moet niet denken dat het publiek nog naar je toekomt. Je moet je doelgroep zelf opzoeken, mensen zijn snel weer weg‘. Volgens de multimedia journalist kun je er veel van opsteken. Wat vroeger de tiplijn was is nu de dialoog met de kijker.

Het grote voordeel is de kennisdeling. We willen best weten wat mensen van ons en onze productie vinden, maar belangrijker vinden we om te vernemen wat mensen weten. Dat is goud waard. Je kunt je eigen bevindingen toetsen, je kunt om input vragen, je kunt controleren, je kunt gecorrigeerd worden’. De NOS biedt net zoals bijna alle andere media, de mogelijkheid om filmpjes vanaf internet op Hyves en Twitter te zetten, zodat de gebruiker deze kan delen met zijn vrienden. Maar media kunnen er zelf een actievere rol in spelen door zelf te bepalen wat belangrijk is om op een sociaal netwerk te verspreiden.

Op Twitter kan iedereen- dus niet alleen journalisten – makkelijk een berichtje zetten met een link naar een fotoalbum op Flickr, videoalbum op Youtube of naar een ander nieuwtje op internet dat de gebruiker interessant vindt. Alle informatie komt op dit netwerk bijeen. Via de bijbehorende site www.tinyurl.com kun je lange URL’s (=webadressen) kort maken zodat ze in een berichtje van 140 tekens passen. Naar mijn mening is dit het begin van crossmediaal werken, een tendens die zich steeds meer voordoet.

Internet en sociale media spelen een sleutelrol in de communicatie tussen de journalist en zijn doelgroep. Met name de jeugd haalt haar informatie steeds meer van het WEB. Via sociale media kan de journalist hen bereiken. Een docent las onlangs op Facebook dat twee van zijn leerlingen spiekbriefjes schreven voor een tentamen. Het was aanleiding om dit te controleren: hij heeft ze een onvoldoende gegeven.

Op de dag dat Zwitserland voor een minarettenverbod koos, werden er verschillende communities opgericht op Facebook. Mensen met hetzelfde gedachtegoed kwamen met elkaar in contact, en organiseerden een tegendemonstratie.

De laatste twee voorbeelden geven aan dat het de taak van de journalist is om in te spelen op de actualiteit. Op de communities vinden debatten plaats, al gebeurt dit nog in beperkte mate.

Het grote voordeel van Facebook is dat de discussies geordend zijn: je reageert meteen onder het oorspronkelijke bericht. Op Twitter loopt het vaak door elkaar heen en is de discussie te herkennen via hashtags (een # gevolgd met de naam die de discussie er gekregen heeft). Vandaar dat een community op Facebook handig is voor media: je betrekt de lezer op een overzichtelijke manier erbij, en net zoals op Twitter geef je er een regelmatige update met nieuws, en (linkjes naar) artikelen en video’s.

Sociale media zijn een nieuw fenomeen. Het komt nog voor dat redacties niet weten wat ze ermee moeten. Met name Facebook is nieuw in Nederland. Deze platforms zijn een stap naar een bron, een goede aanvulling op de gebruikelijke kanalen. Ze dienen als middel, niet als doel. Met name de jeugd is hier te bereiken: die lezen nauwelijks een krant, maar halen hun informatie van internet, en ontmoeten elkaar op sociale media. Interactie speelt hierin een belangrijke rol: de verhouding tussen journalist en zijn doelgroep is allang geen eenrichtingsverkeer meer. De mediaconsument wordt steeds mondiger, komt zelf met nieuws en tips: het is aan de journalist dit te selecteren en te controleren. Sterker nog: hij dient Facebook en Twitter nauwlettend in de gaten te houden, net zoals hij dat met traditionele bronnen doet.

Aanbevelingen aan redacties

- Maak als (deel)redactie een community/pagina aan op Facebook en verspreid hiermee informatie: linkjes naar nieuwe artikelen, filmpjes die op de site staan… De doelgroep wordt lid en ontvangt deze informatie. Zie het als een extra nieuwsdienst, een extra kanaal om informatie te verspreiden naar je doelgroep.

- Maak als (deel)redactie een account aan op Twitter. Vermeld hier de laatst verschenen producties met een linkje naar de website.

- Voor bovenstaande aanbevelingen geldt dat je het ook op persoonlijke titel kan doen, maar laat dit wel duidelijk weten (als je bijvoorbeeld freelancer bent).

- Word als journalist lid van community’s die in je portefeuille zitten. Bv: voeg je connecties toe op Facebook en Twitter om met hen te communiceren. Bijvoorbeeld over onderwijs, gezondheidszorg.

- Verspreid updates op je site via je netwerk op Twitter en Facebook. Zet de filmpjes op de community zelf, zodat de bezoeker niet door hoeft te klikken (dat schrikt af). Deze mogelijkheid heeft Twitter niet, hier moet altijd doorgeklikt worden (maak hier gebruik van www.tinyurl.com)